Maarten Steinbuch en Carlo van de Weijer

Er zijn veel wegen die leiden naar de toekomst van de mobiliteit. Zelfsturende voertuigen, autodaken met zonnecellen of gewoon onze vertrouwde fiets. Om maar een paar richtingen te noemen. Of wat te denken van autovrije steden en full electric openbaar vervoer? Om in te schatten welke kant we daadwerkelijk opgaan met onze dagelijkse mobiliteit, zetten we koers richting de TU/e Campus. Daar ligt met de diepgravende kennis van Maarten Steinbuch en Carlo van de Weijer nog net geen glazen bol op tafel.

Tekst Paul van Vugt 
Beeld Eddie Mol

Maarten en Carlo. Beiden zijn verbonden aan TU/e en van oorsprong werktuigbouwkundige. En daarmee bovengemiddeld geïnteresseerd in alles wat beweegt. “In treinen, vliegtuigen, fietsen, medische robots …”, somt Maarten op. “Al het tuig dat werkt, is fascinerend.”

“De mens zelf, niet te vergeten”, vult Carlo aan. “Evolutionair gezien is ons lichaam gemaakt om te bewegen. Van nature zijn we het liefst een uur en een kwartier per dag onderweg. Als we dát tijdsbestek per dag reizen, zijn we gelukkig. De lockdowns toonden dit haarfijn aan: we waren aan huis gekluisterd, maar we gingen ineens dagelijks aan de wandel. Hét bewijs dat mobiel zijn niet alleen een middel, maar óók een doel op zich is. Hoeveel bezorgdiensten en online meetings we ook organiseren, bewegen zullen we.”

Steeds sneller en verder

Mobiliteit. We kunnen niet zonder. En dat wíllen we dus ook niet. Maarten: “Het heikele punt is dat we in onze bewegingsdrang steeds sneller en verder zijn gaan reizen. Mogelijk gemaakt door alle technische mogelijkheden waarmee we ons hebben uitgerust.”

Terwijl we vroeger te voet of te paard van a naar b gingen, razen we nu naar de andere kant van het land. Met als gevolg: veel vervuiling en onveilige verkeersituaties. Een karrevracht aan fijnstof, veel vuile – vaak onnodige – kilometers en dagelijks fatale ongelukken.

De cijfers spreken voor zich: de sector mobiliteit is nog altijd verantwoordelijk voor ruim een kwart van de CO2-uitstoot. Zelfs elektrisch rijden is niet vrij van vervuiling. Zo verliezen banden van personenauto’s – dus ook van elektrische – per kilometer 0,1 tot 0,2 gram aan bandengruis. Deze hoeveelheid fijnstof is volgens Carlo’s rekenwerk te vergelijken met het naar buitenwerpen van een plastic rietje over elke vijf tot tien kilometer. En dagelijks noteren we gemiddeld bijna 2 dodelijke ongelukken. En zo zijn er nog talloze feiten die aantonen dat we de wereld niet fraaier maken als we doorgaan op dezelfde voet.

Het goede nieuws? Daar zijn Maarten en Carlo eenduidig over: “We gaan de goede kant op. Over 10 jaar ziet onze mobiliteit er heel anders uitzien.” Om hun boodschap kracht bij te zetten, deelden beide tech-optimisten wekelijks de zin en onzin van alle mobiliteitsontwikkelingen in hun FD-columns*. Met technische, vermakelijke onderbouwingen en een geruststellend relativisme schetsen ze het grote plaatje waar we over 10 jaar staan.

“Mobiel zijn is niet alleen een middel, maar óók een doel op zich”

“Voor onze lokale mobiliteit is de toekomst een stuk helderder”, volgens Carlo. “De auto zal nog altijd een belangrijke rol spelen. Deze wordt de komende decennia veel goedkoper, comfortabeler en veiliger. Auto’s worden digitaal slimmer, en daarmee ook veiliger. Én impliciet vrijwel schoon, door verdere elektrificatie en vergroening van de elektriciteitsopwekking. Dankzij een gigantische opschaling van de productie worden batterijen nu per jaar goedkoper, terwijl de hoeveelheid energie die ze kunnen dragen jaarlijks groeit met zo’n 6%. Dus of we het nu willen of niet, om de auto kunnen we ook in de toekomst niet heen.”

Het grote plaatje. Hoe ziet dit er ongeveer uit?
Maarten: “Alle ontwikkelingen binnen de mobiliteit richten zich op drie speerpunten: schoner, veiliger en slimmer vervoer. We hebben een beeld ontwikkeld hoe dat er ongeveer uit zal zien. En er zal heel wat moet gebeuren als dit toekomstbeeld niet uitkomt. Voor de lange afstanden is het toekomstbeeld overigens minder scherp. De eerste elektrische vliegtuigjes zijn er al, en ook grotere modellen komen eraan, maar we zullen nooit met een batterij de oceaan overvliegen. Daar zullen we iets anders voor moeten bedenken.”

Liever de fiets dan het OV

Maarten: “Met elektrificatie ligt een belangrijke oplossing binnen handbereik. Dan blijft er één vraagstuk over. Hoe richten we de infrastructuur van onze steden in? Eigenlijk is de fiets de enige modaliteit waar meer infrastructuur voor nodig is. Veel meer autoweg baat de maatschappij nauwelijks. En dat geldt ook voor het OV. Mensen zijn namelijk eerder te verleiden om de auto te verwisselen voor de fiets dan voor het OV. Met de fiets houden ze letterlijk hun stuur in eigen handen. Je ziet het wereldwijd: overal worden steden heringericht voor fietsverkeer in plaats van fors te investeren in het OV. Veel binnensteden worden autoluw of zelfs autovrij. Ruim baan voor de fietsgeoriënteerde binnenstad dus.”

“In Helmond, waar ik woon, zie je dat ze de goede weg inslaan”, vervolgt Maarten. Hier liggen buiten de nieuwe wijken grote doorgaande wegen voor auto’s, maar daarbinnen is het autoluw. Daar pakken de fietsers de hoofdrol in het verkeer. Zij rijden in conflictvrije zones waar fietsers zo min mogelijk elkaars pad kruisen. Dit bevordert hun snelheid, terwijl het verkeer veilig blijft. Zo koesteren we de kracht van onze vertrouwde fiets. Als vervoersmiddel waar iedereen baat bij heeft. Het is energetisch het voordeligst, terwijl ook de zorgkosten omlaag duiken als we massaal de fietsen zouden pakken en de auto laten staan.”

“Dankzij een gigantische opschaling van de productie worden batterijen nu per jaar goedkoper”

mid size utopia

Carlo: “Als je de binnenstad van Eindhoven door de decennia heen bekijkt, zie je dat die trend al jaren geleden is ingezet. In de jaren ’70 stond de markt nog vol met auto’s, terwijl het nu met alle horeca en winkels naar de menselijke maat is ingericht. Eigenlijk zijn de uitdagingen in ons overzichtelijke landje niet eens zo heel groot. We leven hier in een soort mid-size utopia met veel kleinstedelijke gebieden.” “Die verdeling danken we hier in Brabant specifiek aan politicus Jan de Quay, die na de oorlog als toenmalig commissaris van de koningin voorschreef dat er overal op korte afstand werk en voorzieningen moesten zijn.

De arbeidsplaatsen moesten breed uitgesmeerd worden, zodat elke boerenzoon met de fiets naar zijn werk kon, en niet naar het Sodom en Gommora van de grote stad hoefde te reizen. In onze polycentrische steden leven we nog steeds in deze praktisch ingerichte structuur. Maar voor extreem dichtbevolkte steden als Parijs, is dit ver-van-hun-bed. Daar dromen ze hardop van het principe van de vijftienminutenstad, waarbij alle dagelijkse behoeften binnen een kwartier bereikbaar is. In Nederland geldt dit al voor 90% van onze inwoners.

“De spreidende gedachte is nog altijd actueel”, volgens Maarten. “Het past in de trend dat mensen minder ver weg van huis gaan werken. Dat moet ook wel, want de komende 8 jaar komen er alleen al in onze regio 100.000 banen bij. Brainport gaat ongelooflijk hard groeien. Die sterke groei moet hand in hand gaan met minder af te leggen kilometers. We moeten nog slimmer omgaan met de schaarse ruimte die we hebben.”

de ogen gericht op Brainport

“De groei van onze Brainport-regio danken we mede aan de mobiliteitssector. Want de moderne ontwikkelingen binnen de mobiliteit concentreren zich allemaal rond toepassingen van onze hightech maak- en chipsindustrie. De klassieke aandrijftechniek is petrochemisch, en de chemische industrie zie je veelal in de randstad. Maar de moderne klimaattechnologie is toch vooral elektrisch en elektro-chemisch. En voor die hightech moet je toch écht in de Brainport zijn. En dat geldt ook voor chips en sensoren die onze voertuigen slimmer maken. Als Brainport zitten we dus ongelooflijk goed in de wedstrijd. Zowel qua ontwikkeling in Eindhoven, Helmond en Veldhoven, als voor de maakindustrie die ook in de kleinere gemeenten zit, zoals Eersel en Nuenen.”

“De nieuwe mobiele industrie is hightech. En daarvoor moet je toch écht in de Brainport zijn.”

de versnelling van jonge ondernemers

Maarten en Carlo zijn zelf ook een vliegwiel voor de groeiende ondernemersdrift in onze regio. Vanuit de TU/e staan ze aan de wieg van pionierende studententeams. Inmiddels zo’n 75, voor een groot deel actief in de automotive.

Maarten: “Jaren geleden ontdekten we hoe leuk en waardevol het is om studententeams op te starten. Deze teams nemen deel aan challenges binnen hun discipline. Meestal strijden ze internationaal met andere universiteiten, maar sommige teams formuleren voor zichzelf een missie. Een mooi voorbeeld is het studententeam STORM Eindhoven, dat in 80 dagen de wereld rondreisde op een zelf-ontwikkelde elektrische motorfiets. Met hun reis lieten de studenten de wereld zien dat elektrische mobiliteit eraan komt. Overal gingen ze in gesprek met universiteiten, bedrijven en de bevolking. Enerzijds om zaadjes van klimaatdenken te planten, anderzijds om kennis op te halen en anderen te inspireren.”

De studententeams zijn een pure vorm van ondernemerschap door jonge professionals. Mede mogelijk gemaakt door de TU/e, die studenten in het zadel helpt om deze trajecten op de tuigen. Om de boel aan te jagen. Die stimulans is cruciaal, volgens Maarten: “De teams beginnen letterlijk op nul, dus je moet ze helpen met een startkapitaal. Je moet ze vertrouwen geven in hun plannen. De vrijheid geven om fouten te maken en de kans bieden om waardevolle samenwerkingen op te starten. Als je ziet wat dit oplevert: er zijn prachtige start-ups ontstaan, zoals Lightyear, ELEO Technologies, Avular, AIIM, Dens, Core en Amber. Inmiddels volwassen bedrijven die in totaal goed zijn voor nu al zo’n 1000 medewerkers in onze regio. En zo zijn er nog tientallen teams die meebouwen aan de mobiliteit van de toekomst.”

Carlo: “De studententeams bewijzen dat we met elkaar in staat zijn om een ongelooflijke versnelling te maken in innovaties. En ja, die beweging is hard nodig. Want vroeg of laat is onze mobiliteit schoon, slim en veilig. Dus je kunt er maar beter voor zorgen dat het vroeg is.”

Zoek
Druk op enter om te zoeken of ESC om te sluiten