STE Languages: taal is de sleutel tot thuis
- 4 min leestijd
Eindhoven is al decennialang een plek waar mensen uit de hele wereld neerstrijken. Wat ooit begon bij Philips, groeit nu verder in een regio die door ASML en de hightechindustrie in een internationale versnelling zit. De stad klinkt steeds vaker meertalig: in supermarkten, op schoolpleinen en vooral in bedrijven. Toch is het volgens STE Languages (ruim 30 jaar geleden afkomstig uit de Philips-organisatie) voor elke international waardevol om de Nederlandse taal te leren. Want wie de ‘brontaal’ spreekt, leert die plek ook écht begrijpen.
“Wij zien dagelijks hoe taal bepaalt of iemand zich ergens thuis voelt,” zegt Wilfried Gradus, directeur van STE Languages. Samen met Mathilde Langeman, mede-directeur, vertelt hij hoe hun taleninstituut in het hart van Eindhoven is uitgegroeid tot een bindmiddel tussen werelden. Naast de Nederlandse taal verzorgt STE Languages ook trainingen in andere talen, zoals Engels, Spaans, Duits, Frans, Koreaans en Chinees.

Van talent tot teamspeler
Een sprekend voorbeeld van zo’n ‘nieuwe international’ is de Spaans-Poolse verdediger Yarek Gąsiorowski, afgelopen seizoen door PSV aangetrokken. Nog maar 18 jaar, talentvol, maar de Nederlandse en Engelse taal niet machtig. Dat maakt communicatie binnen het elftal buitengewoon lastig. En communicatie kan op het veld het verschil maken tussen winst en verlies. Daarom klopt PSV voor veel internationale talenten aan bij STE Languages, net als veel andere organisaties waar internationalisering sterk voelbaar is.
Wilfried: “De vraag die we krijgen, is vaak: ‘Kunnen jullie deze medewerker Nederlands leren?’ Maar daarachter ligt altijd de échte vraag. Wat moet iemand precies kunnen? In welke context? Hoe snel? En met welke achtergrond?”
“Bij PSV-talent Yarek gaat het bijvoorbeeld vooral om de taal begrijpen en mondeling communiceren.” vult Mathilde aan. “Een gigantische woordenschat en perfecte grammatica heeft geen zin. Hij moet weten wat ‘druk achter de bal’ betekent, wat ‘doorschuiven’ is, en wat een trainer bedoelt in het heetst van een wedstrijd. Dus duiken we in voetbaltaal. We trainen communicatie en taal die ertoe doet, in de context van het vak dat iemand uitoefent.”
Dat maatwerk geldt ook voor de maakindustrie, waar veel arbeidsmigranten instromen. STE Languages heeft een eigen leermethodiek ontwikkeld voor deze maakindustrie die inspeelt op de taal op de werkvloer. Deelnemers krijgen daarbij praktijkgericht les in de taal van hun bedrijf. “De didactische aanpak verschilt enorm”, legt Mathilde uit. “Een ingenieur van Prodrive of Vanderlande die al eerder talen heeft geleerd, pakt grammatica snel op. Maar iemand met minder studie-ervaring leert beter via herhaling, mondelinge praktijk en herkenbare situaties. Daar pas je het materiaal, het tempo en zelfs de docent op aan.”

Taal leren is ook zelfvertrouwen tanken
Veel bedrijven denken dat één cursus genoeg is om een presentatie te kunnen geven in een vreemde taal. Dat is een misverstand, zegt Wilfried. “Taal kost tijd. Niet alleen om te begrijpen, maar vooral om je zeker te voelen. Je kunt cognitief best weten hoe het moet, maar dan moet je het nog wel dóen. Je moet spreken, meters maken en niet schromen om fouten te maken. Taal leren is geen quick, maar een proces dat je moet doorleven. Op een manier die bij je past.”
Hoewel iedereen zijn eigen proces doorloopt, is er volgens Wilfried altijd één gemeenschappelijke deler: “Het aanleren van de Nederlandse taal is heilig. Het gaat om het contact met je collega’s, over je thuis voelen in een omgeving die je niet goed kent. Ook voor bedrijven waar de voertaal op de werkvloer Engels is, zoals ASML. ASML investeert voor alle internationale medewerkers in Nederlandse lessen. Niet voor het werk, maar om hier goed te kunnen leven”.
“Sociale interactie is minstens zo belangrijk als professionele communicatie”, zegt Wilfried. “Als je geen praatje kunt maken bij de koffieautomaat op het werk, met de buren, de voetbaltrainer van je kind of de bakker, dan blijft Nederland voelen als tijdelijk.”
“Om die reden organiseren wij ook taal-cafés, en organiseren we events rondom de typisch Nederlands cultuur en feestdagen als Koningsdag. Om de Nederlandse cultuur eigen te maken hebben we voor onze cursisten een programma gemaakt Dipping into Dutch Culture,” vult Mathilde aan. “Daar merk je wat ons land typeert. Hoe wij vergaderen, waarom we alles samen willen besluiten, waarom iedereen overal een mening over heeft en die niet onder stoelen of banken steken. Het is grappig om die cultuurverschillen te herkennen. Maar het helpt je bovenal om je thuis te voelen in Nederland.”

“Je snel thuis voelen is niet voor iedereen vanzelfsprekend,” vervolgt Wilfried. “In onze klassen zitten mensen met veel verschillende verhalen: van een ingenieur uit China, een arbeidsmigrant uit Polen tot een statushouder uit Syrië. Ons taleninstituut is met 95 nationaliteiten en culturen een echte mini-maatschappij. Soms zijn mensen getraumatiseerd. Dan heeft taalles geen zin, maar is eerst stabiliteit nodig. Onze docenten herkennen dat en schakelen hulp in waar mogelijk. Dit laat zien dat we niet alleen een cursus bieden, maar mensenwerk. Ook dáár ligt onze kracht waarop onze klanten kunnen bouwen.”
Groei en erkenning
Met aandacht voor elk individu leidt STE Languages inmiddels zo’n 5.000 internationals per jaar op. Niet alleen in Eindhoven, maar in heel Nederland. De recente FD Gazelle-nominatie bevestigt volgens Mathilde de erkenning voor groei, maar vooral voor kwaliteit. “Onze klanttevredenheid is erg hoog. En daar zijn we het meest trots op. Want taal gaat uiteindelijk niet over grammatica. Het gaat over contact maken. Begrip kweken voor elkaar. Over kunnen zeggen wie je bent en wat je nodig hebt. En als iemand voor het eerst durft te zeggen: ‘Ik hoor hier.’ Dan weten we: de kandidaat is geslaagd. Het is ons gelukt.”