Piet-Hein Eek ‘Ga niet sjouwen met rommel’

Het is een vrolijke vroege ochtend aan de Beeldbuisring op Strijp-R. Tikkeltje hectisch ook. Onder begeleiding van het brandalarm beent het personeel van Piet-Hein Eek – een man of dertig – met een ontspannen drafje richting uitgang. Eenmaal buiten zwiert een collega het terrein op met haar fiets. Ze is jarig en haar collega’s zetten bijna in koor lang zal ze leven in, meedeinend op het alarm dat het binnenterrein domineert. Piet-Hein zit als enige nog binnen. Ook jarig. “Loos alarm, altijd hetzelfde liedje.”

Tekst: Paul van Vugt
Beeld: Charlotte Grips

Vijf minuten later is iedereen weer binnen. De werkdag in het huishouden van Piet-Hein Eek kan beginnen. Voor Piet-Hein start de dag met een bezoek van Chantal Pollaert, tweedejaarsstudent creatieve technologie aan het Sint-Lucas. “O ja, bezoek! Bijna vergeten”, verontschuldigd Piet-Hein zich. “Ik ben me nooit zo bewust van mijn afspraken als ik op de zaak ben. Maar zolang de ander het niet vergeet, is er niks aan de hand. En als we het beiden vergeten, is er ook geen man overboord”, glimlacht Piet-Hein.

De entree in de kantoorruimte voelt als thuiskomen voor Chantal. “Mijn slaapkamer is net zo rommelig als hier,” lacht ze. Chantal komt uit een creatieve familie. Haar vader is timmerman, schildert, terwijl opa beesten maakt van bloempotten. Om maar enkele voorbeelden te noemen. Haar eigen loopbaan heeft ze nog niet uitgestippeld. Ze hoopt bij Piet-Hein inspiratie en richting te vinden. “Mijn studie vind ik niet zo interessant de laatste tijd. Ik wil meer met mijn handen doen. Of schrijven. Sowieso iets met media … Maar ook psychologie vind ik heel boeiend.”

Een herkenbaar issue voor Piet-Hein. Als kind wilde hij timmerman worden. Daarna architect en toen weer vormgever. “Van één ding was ik écht overtuigd op jonge leeftijd; ik wist zeker dat ik mijn eigen producten wilde maken. Het uitvoeren van eigen ideeën en dingen doen op mijn manier.”

Aan ideeën en eigenheid geen gebrek op deze wonderlijke plek, waar vroeger Philips huisvestte. Je zou elke gepensioneerde fabriek zo’n rijk tweede leven gunnen. En vooral ook zo’n eigenaar als Piet-Hein, die in 2010 dit historische pand de liefde verklaarde. Hij koestert alle oorspronkelijke materialen en laat ze opgaan in z’n eigen wereld. De fabriek, Piet-Hein én de imposante collectie zijn een match made in heaven.

‘Veel werken – meer dan nu de norm is – is het allerbelangrijkste in je leven.’

Chantal is fan van Piet-Heins werk. Ze bewondert zijn sloophout meubels, maar ziet dat dit slechts fragmenten zijn van zijn levenswerk. Als ze plaatsneemt in de werkruimte van Piet-Hein kijkt ze haar ogen uit. Het is een intieme ruimte, waarvan elke vierkante centimeter gevuld is met creaties, probeersels en krabbels. Zo ongeveer moet ook de inhoud van Piet-Heins hoofd eruitzien. De georganiseerde chaos staat echter in schril contrast met Piet-Heins drang naar sobere eenvoud. Zijn visie staat haaks op de moderne economie, die juist draait om eindeloze groei, massaproductie en grenzeloze mogelijkheden.

“Ik kies liever de kortste weg naar Rome,” legt Piet-Hein uit. “Mijn directe omgeving bepaalt wat ik maak en welke techniek ik gebruik. Heel ouderwets, want dat is de werkwijze van vroeger. Toen mensen niet mobiel waren en zich moesten redden met wat er binnen hun handbereik lag. In de vormgeving en creatieve wereld van nu is hét idee heel belangrijk gemaakt. En de technieken en materialen worden er met de haren bijgesleept om dat idee mogelijk te maken. Heel inefficiënt. En niet echt duurzaam.”

“Typisch”, zegt Chantal: “Dat is precies, zoals wij het op school leren. Eerst het idee, daarna de rest.”

“Een misvatting”, schudt Piet-Hein z’n hoofd. “Althans, dat vind ik, als een van de weinigen. Sinds de industriële revolutie is er heel veel mogelijk geworden. Dankzij machines kunnen we producten duizenden malen exact kopiëren. En de laatste decennia is er zóveel keuzevrijheid ontstaan, dat ontwerpers kunnen doen waar ze zin in hebben. En dat gebeurt dus ook. Hóé iets tot stand komt, lijkt totaal onbelangrijk. Als je een huis ontwerpt en je wilt marmer uit Egypte, dan is de footprint vele malen groter dan bij een baksteen uit de Maas. Toch plakken we marmer uit Egypte op onze muren. Omdat het kan. Als je het mij vraagt … ga niet lopen sjouwen met rommel.”

‘De kortste weg naar Rome dus. Hoe loopt die precies?’, vraagt Chantal

“Pak dat kopje achter je maar eens”, wijst Piet-Hein naar een oude, uitpuilende vitrinekast. “Dat is ons keramische plakservies. Gemaakt van platgewalste klei. Het eerste kopje werd gewalst met een pastaroller waarmee de kinderen kleiden. Al eeuwenlang wordt klei in een mal gegoten en krijg je perfecte kopieën. Wij plakken elk kopje met de hand in elkaar. Geen kopje is hetzelfde, laat staan perfect. Het resultaat is een servies van kromme bekers en bordjes, allemaal anders van vorm. Het perfectionisme zit ‘m niet in het identieke resultaat, maar in de poging. In het tijdrovende proces en de eindeloze aandacht die erin zitten. Dát maakt voor mij de kwaliteit van het product.”

“Met deze werkwijze overdrijven we de arbeid, net zoals we doen met de meubels die gemaakt zijn van ons eigen sloophoutafval. In onze maatschappij gooien we materiaal weg, omdat het te bewerkelijk is om te bewaren en er iets van te maken. Grote partijen hout zijn namelijk veel efficiënter in het productieproces. Ik ergerde me aan de gedachte van weggooien, omdat het eigenlijk 100% geschikt is voor productie. Laat ik het omdraaien, dacht ik; arbeid kost niets en materiaal is goud waard. Niet echt logisch, economisch gezien. Maar heel inspirerend. De eerste afvaltafel bleek tegen de verwachting in te verkopen. Onze afval-collectie is misschien wel de meest succesvolle, terwijl ik nooit gedacht had überhaupt één object te verkopen. Het was een uitwerking van een concept, om mijn ongenoegen over weggooien te verbeelden. Niet een ontwerp om te verkopen.

“Toen ik nog op school zat, vonden ze mijn aanpak en visie maar niks. Maar ik ging ermee door, want ik wist dat ik het zo wilde.”

“Precies weten wat je wilt, dat maakt je studie en werkzame leven vast een stuk eenvoudiger. Het zou mij heel wat rust in mijn hoofd geven”, droomt Chantal hardop.

Piet-Hein: “De levensgrote uitdaging van jouw generatie is omgaan met de stortvloed aan informatie. Al die prikkels maakt kiezen zó moeilijk. Ik negeer het bewust. Ik kijk zelfs geen tv en lees geen krant. Het belangrijkste nieuws krijg ik toch wel te horen. Volgens mij kan ík me dat permitteren. Maar als je jong bent, zoals jij, moet je wel iets meekrijgen van de wereld om jouw rol erin te herkennen.”

Piet-Hein begeleidt Chantal naar de showroom en vertelt honderduit over de toegepaste technieken en de achtergrond van de materialen. Alsof het eindresultaat ondergeschikt is en het design niet telt.

“Waar ben je nou het meest trots op uit je collectie”, vraagt Chantal, slalommend tussen een glimbank van plaatstaal, een bank van zware, gekleurde buizen en een robuust boomstambureau. “Niet per se op een specifiek ontwerp. Mijn werk draait niet zozeer om mooi. Het gaat erom wat je erin stopt en de voldoening die je daarvoor terugkrijgt. Een heel belangrijk, maar zwaar onderschat thema. Na de Tweede Wereldoorlog heeft kwaliteit van werken lange tijd in geen enkele CAO gestaan. Die gingen over loonsverhoging en vrije dagen. Nooit over de factor werkplezier.”

“Weet je wat het is met een baan?”, vervolgt Piet-Hein. “Het moet zorgen voor evenwicht in je leven. Veel werken – meer dan nu de norm is én in balans met je privé – is het allerbelangrijkste in je leven. Ik geloof erin dat je op vrijdag moet thuiskomen met het gevoel: dat heb ik mooi even geflikt deze week. Met mijn collega’s, en in een andere, sociale omgeving dan thuis.”

Chantal: “Volgens mij denkt niet iedereen zo. Veel mensen willen zo min mogelijk werken en zoveel mogelijk verdienen. “Waanzin”, zegt Piet-Hein. “De kern is om zoveel mogelijk werkgeluk te ervaren. Dan heb je ook niet het vraagstuk hoe je die vrije tijd moet besteden, wat op zich al ongelooflijk veel energie kost.”

Eenmaal aangekomen in het achterste deel van de showroom hebben de meubels plaatsgemaakt voor indrukwekkende kunstprojecten. Vanuit hier kijk je uit over de grote werkplaats waar Piet-Heins ideeën tot leven komen. “Dit is toch wel de mooiste plek hier”, zegt Piet-Hein. Ik vertelde je al dat ik vroeger droomde over het vormgeven van mijn eigen plannen. Nu zie ik een fabriek vol met mensen die mijn ideeën uitwerken. Met daarachter mijn werkkamer, waar alles op papier ontstaat.”

“Als ik hier ‘s ochtends binnenloop, in deze wereld die ik zelf heb vormgegeven, ben ik één brok geluk. Ik druk jou en je generatie op het hart: luister naar je gevoel, laat je niet leiden door zinloze prikkels van buitenaf en blijf dichtbij jezelf. Je zult zien, dan gaan werken en leven in elkaar op. En als dat lukt, heb je al zóveel bereikt.”

Zoek
Druk op enter om te zoeken of ESC om te sluiten