Lokale walnoten als kiem voor een groener Heuvelland
- 3 min leestijd
Ambacht versus industrie. Het staat vaak gelijk aan de tegenstelling tussen productliefde en geldlust. Neem nou de walnoot. De noot uit de supermarkt heeft meestal een lange reis achter de rug en is verworden tot een anoniem bulkproduct. In het Zuid-Limburgse Noorbeek gelooft Christophe van Noyer dat het anders kan. Met ambachtelijke walnootboomproducten, ontwikkeld voor fijnproevers en liefhebbers van het goede leven. Daarmee zet Christophe in op kwaliteit, herkomst en de volledige benutting van boom en noot. Én op de toekomst van Limburgse boeren.
Foto’s: Rob Truijen
Christophe, wat brengt jou tot deze missie?
“Ik ben opgegroeid op een boerderij in Noorbeek, een carréhoeve zoals je die vaker in het Heuvelland ziet. Onze familie boert hier al generaties. De hoeve was altijd een plek waar voedsel werd verbouwd én verwerkt. Mijn opa teelde fruit en op de omliggende landerijen stonden destijds veel fruitbomen. Een paar jaar geleden ben ik zelf gestart met twee sporen: de verhuur van de hoeve aan grotere groepen én de teelt, verwerking en verkoop van walnoten. Ik geloof dat bomen essentieel zijn voor het Heuvelland en dat notenteelt een robuust verdienmodel kan zijn voor boeren.”

Hoe bouw je aan zo’n lokale notenketen?
“Ik begon ooit met een winkel in Amsterdam, waar ik producten verkocht op basis van noten en fruit. Daarna ben ik teruggegaan naar Noorbeek om samen met boeren en andere partners de hele walnotenketen lokaal op te zetten: van aanplant en teelt tot kraken, persen en verwaarden. We hebben inmiddels notenbomen aangeplant, de verwerking vindt plaats in Noorbeek, en we verkopen onder meer walnootolie, walnootstroop en walnoten. Belangrijk is dat we de hele noot benutten: het restproduct van de olie gebruiken we bijvoorbeeld om de stroop mee op smaak te brengen.”
Waarom specifiek de walnoot?
“In deze fase focussen we op de walnoot. We onderzoeken ook hazelnoot en amandel voor later, maar eerst moet de walnotenketen goed staan. Interessant is dat bijna alle walnoten in Nederlandse supermarkten uit het buitenland komen, denk aan Californië, China en Chili. Slechts een klein deel komt uit Europa. Lokaal telen en verwerken is dus echt een alternatief, maar wel een dat gepaard gaat met de nodige uitdagingen. Het kraken van noten is arbeidsintensief, wat de prijs in Nederland opdrijft. In landen met lagere loonkosten is dat goedkoper, waardoor de bulkimport hier zeer scherp geprijsd is. Dat maakt het voor Nederlandse walnoten vrijwel onmogelijk om in de supermarkt te concurreren. Speciaalzaken en directe lokale afzet zijn voor ons kansrijker, al is die markt kleiner.”

Waar sta je nu als je naar teelt, verwerking en verkoop kijkt?
“De teelt en verwerking gaan de goede kant op; daar zetten we grote stappen. De verkoop blijft een uitdaging door de goedkope import. In supermarkten is prijsdominantie groot. Maar lokaal zien we juist veel draagvlak: zodra mensen zien waar het vandaan komt en het verhaal kennen, zijn ze bereid meer te betalen voor een beter product. En dat is precies de mentaliteitsverandering die we wensen bij consumenten en ketenpartners: het waarderen van lokale kwaliteit en daar een eerlijke prijs voor betalen. Tot die tijd bouwen we gestaag door via speciaalzaken en directe verkoop.”
Klinkt als een goede reden om af te reizen naar Limburg!
“Zeker. Op onze familiekarakteristieke carréhoeve in Noorbeek vertellen we het verhaal van bodem tot bord. Je proeft de producten en ziet hoe lokale noten bijdragen aan een sterker landschap én een toekomst voor Limburgse boeren. Alle praktische informatie vind je op noyer.nl.”