Drie generaties. Drie kunstenaars. Eén familie.

Een portret van Gerard, Rik en Joshua van Iersel. Over hun gedeelde liefde voor de kunst en voor elkaar.

Beeld Eddie Mol 
Tekst Paul van Vugt

Joshua van Iersel, 35 jaar

De naam Van Iersel … als ik alleen al die klank hoor, denk ik meteen aan het warme nest en de golden years van mijn opvoeding. Maar onze naam voelt ook als een concept waar ik zelf een product van ben. Een film waar ik naar kijk en tegelijkertijd zelf in meespeel. Als kunstenaar volg ik een spoor dat al ver voor mijn geboorte is ingezet. Eerst door opa en oma, later door pa.

Tijdens mijn creatieve proces ben ik vaak sterk verbonden met ze. Dan zijn ze heel dichtbij me. Als ik mezelf van bovenaf bekijk, dan zie ik ze direct voor me. Met een gekromde rug in het werk gedoken, in een atelier dat ruikt naar olieverf. Hoewel het werk van ons nogal verschilt, hebben we dezelfde processen doorlopen. Met dezelfde struggles en vragen.

Als kind keek ik altijd al verwonderd naar het werk van pa en opa. Het zit zó vol vraagtekens en uitroeptekens. Alsof ik een vulkaan opentrek, waarin ik mag kijken. Het is abstract en duidelijk tegelijkertijd. In de doeken van opa zoek ik nog altijd naar antwoorden. Hoe hij die verflagen voor elkaar kreeg. Hoe hij acrylverf op olieverf laat lijken. En hoe hij alles laat samenkomen.

Door die zoektocht in het werk van opa en pa leer ik ze kennen als kunstenaar. We delen een beeldtaal waarmee we elkaar zonder woorden begrijpen. Soms ontdek ik hun aanpak in mijn eigen werk. Dat is zo’n bijzonder moment waarop ik even moet stoppen en mijn pencelen neerleg. Dan krijg ik antwoord op vragen die ik altijd al had. Dan ontmoet ik ze op een kruispunt van wegen die we ooit afzonderlijk zijn ingeslagen.

Rik van Iersel, 60 jaar

Ik kom van twee goeien. En ik heb zelf twee goeien op de wereld gezet. Maar écht de vinger achter ons familie-DNA krijg ik niet. Het belangrijkste wat ons bindt, is dat we bij Van Iersel niet van de lesjes zijn. Mijn ouders zeiden nooit wat ik moest doen. Een luisterend oor bieden, dát deden ze wel. Dat had ik ook nodig. ‘Oortjes en oogjes open. Blijf kijken, blijf luisteren’, zei mijn moeder altijd.

Ik was in strijd met het systeem school. Ik had daarover diepe gesprekken. Met pa, en misschien nog wel meer met ma. Beiden reflecteerden en herkenden mijn gevoel. Ze lieten me vrij. Scribble for life.

Als kind was ik al een dwangmatig tekenaar. Alles wat in mijn hoofd zat, tekende ik eruit. Het was voor mij al vroeg duidelijk dat dát was wat ik ging doen. Op mijn vijftiende stapte ik op de schooldirecteur af en nam persoonlijk afscheid. Pa en ma begrepen me. Ze hadden er geen oordeel over en hebben me altijd ondersteund.

Het feit dat mijn ouders kunstenaar waren, gaf me rust. In tegenstelling tot de buitenwereld was kunst een geaccepteerd goed in ons gezin. Het was heel normaal om je artistiek te uiten. Bij Joshua zie ik diezelfde noodzaak. Hij groeit op in een andere tijd dan ik, en vult alles op zijn eigen wijze in. Ik ben bevoorrecht dat ik naar zijn leven mag kijken. Dat ik zijn groei zie. Van zijn werk, maar vooral van zijn persoonlijke ontwikkeling. Dat proces is prachtig om mee te maken. Als toeschouwer zonder oordeel.

Gerard van Iersel, 87 jaar

Mijn vader was horlogemaker. Hij was van het verfijnde. Van de technische precisie. En waarschijnlijk daarom bovengemiddeld geïnteresseerd in de beeldende kunst, vooral in de Haagse School. Zijn belangstelling voor de kunst heeft mij gemaakt tot de Van Iersel die ik ben geworden. Hij heeft mijn technische basis gelegd, die ik later doorontwikkelde in mijn kunst. In mozaïeken, glas-in-lood, reliëfs, schilderingen, plastieken …

Het belangrijkste wat hij me heeft gegeven, is een brede interesse. In alles en iedereen om heen. Gelukkig hebben mijn kinderen en kleinkinderen diezelfde klap van de molen gehad. Rik bijvoorbeeld, die overloopt van de energie. Als kind zoog hij alles op wat hij zag. Hij ging veel liever met mij mee, dan naar school. Dan hielp hij mee, bijvoorbeeld als ik een opdracht had voor een muurschildering.

In Riks werk herken ik mezelf als kunstenaar niet. Ik was meer van de techniek, terwijl hij écht werkt vanuit zijn emotie. Hij heeft verhalen die eruit moeten. Maar dat is iets wat er bij alle Van Iersels in zit. Mijn vrouw Nathalie en ik vonden het belangrijk dat iedereen zich kon uiten. Als gezin zaten we vaak aan een lange tafel. ‘Kom, gooi het eruit’, zei ik dan. Praat, luister en toon belangstelling in wat de ander beweegt. Geloof me, met vijf kinderen was er nogal wat te bespreken. Zeker in de puberjaren.

Ik voel me rijk met de familie om me heen. De kinderen en kleinkinderen. Dankbaar voor wat er is, en voor wat er was. Maar dat Nathalie er niet meer is, dat maakt het allemaal toch wel wat moeilijker.

Zoek
Druk op enter om te zoeken of ESC om te sluiten