Marcel Brands: ‘Het seizoen begon al hectisch.’

Of voetbal de belangrijkste bijzaak van het leven is? Die maatschappelijke discussie is te mooi om er een sluitend antwoord op te geven. Feit is wel dat voetbal verbazingwekkend veel met mensen doet. Marcel Brands zag en ziet het met eigen ogen. Ooit als speler bij RKC en Feyenoord en als technisch directeur bij RKC, AZ, PSV en Everton. Nu als algemeen directeur, terug in het Eindhovense. Zijn eerste seizoen zit erop. Een jaar waarover veel is gezegd en geschreven. Maar hoe beleefde Marcel dit seizoen? Hoe stond hij in de wedstrijd?

Tekst Paul van Vugt
Beeld Eddie Mol

In Marcels eerste jaar bleef de kampioensschaal buiten bereik. Maar de deur naar de Champions League bleef open. Én er werden prijzen gepakt. Op die momenten is voetbal voor velen even hoofdzaak in het leven. Marcel: “Het is verbazingwekkend wat voetbal doet met mensen. In mijn PSV-periodes hebben we veel prijzen gewonnen. Als je ziet welke blijdschap dit losmaakt, dat is niet te bevatten. In elke laag van de bevolking, van jochies tot omaatjes.”

“Kijk naar Napels dit jaar, met het eerste kampioenschap sinds Maradonna. De tranen van geluk, die zeggen alles. Dan zie je waar het hele spelletje om draait. Om de fans. Van betekenis zijn voor de mensen. Want de club is van de supporters. Voor hen is het een belangrijk deel van hun leven. En daarna leeft het voort in de rest van de familie.”

‘Een prijs pakken is prachtig, maar onze euforie duurt slechts 48 uur.’

“Natuurlijk klopt ook mijn hart voor PSV. Net als die van de trainer, de spelers en de staf. Maar voor ons is het vooral een baan. Een prijs pakken is prachtig, maar onze euforie duurt slechts 48 uur. Daarna beginnen we weer op nul. Focussen op het volgende seizoen, de volgende prijs. Opnieuw het verwachtingspatroon managen.

‘Klets niet tegen me aan tijdens een wedstrijd’
Die focus staat 100% op scherp bij Marcel. “Kom op de tribune niet naast me zitten om gezellig te kletsen. De wedstrijd heeft al mijn aandacht. Vroeger ging ik altijd staan, zodat mensen me niet konden aanspreken. 90 minuten lang sta ik met spanning in mijn lijf. Neem zo’n CL-voorronde tegen Monaco aan de start van het seizoen. Die levert je 5 miljoen op als je wint. Dat bedrag stond al met potlood bijgeschreven in ons budget. Met dichtgeknepen billen heb ik die wedstrijd bekeken.”

Die miljoenen werden bijgeschreven. Maar ze gaven geen rust bij de seizoenstart. Integendeel …

Er woedde een zeldzame krachtige storm aan de Frederiklaan. Het werd kil rondom de warme PSV-familie. Technisch directeur en clubman John de Jong trok de deur achter zich dicht. De controlerende Raad van Commissarissen sprak unaniem een gebrek aan vertrouwen uit. Marcel, koud in het veld als algemeen directeur, beleefde zijn vuurdoop als eindverantwoordelijke. Hij schaarde zich achter John en weigerde hem zelf te ontslaan. “Als ik John had moeten ontslaan, was ik zelf opgestapt.” Uiteindelijk nam John de beslissing om niet verder te gaan en bleef Marcel een vroeg exit bespaard. Naar de media toonde hij zijn zachte, sociale kant. Misschien wel té zacht …

“Als ik nu terugkijk, heb ik iedereen in de organisatie te veel willen beschermen. Ik wilde dat John geen gezichtsverlies leed naar de buitenwereld. Maar ook dat de RvC ongeschonden uit deze situatie kwam. Ik zette mijn energie in om alle kikkers in de kruiwagen te houden. En uiteindelijk bescherm je iedereen, behalve jezelf. Want het gaat ten koste van je eigen geloofwaardigheid. Van je eigen verhaal. En dat ruikt de media, waardoor je er slecht op komt te staan. Als club én als directie. In al die hectiek had ik zelf ineens twee jobs: algemeen én technisch Directeur. Met als stevige uitdaging om een goede opvolger te vinden voor John, terwijl ook onze concurrenten op zoek waren naar diezelfde sleutelfiguur.”

Het schuurde aan tafel; emotie nam de overhand
“Eigenlijk was die escalatie rondom John de druppel van een emmer die zich jarenlang vulde. Er lag al lange tijd druk op het technisch beleid. De afgelopen jaren was er financieel vrij veel risico genomen. Als directie was het punt aangebroken om niet nog meer risico te nemen. Hierover waren zowel de directie als de RvC het eens. Waar het schuurde, was dat die benodigde transfer uiteindelijk niet voor 1 september kwam. Al was iedereen van mening dat die transfer alleen gerealiseerd kon worden als het juiste bedrag geboden werd. In dit spel kwam de RvC te dicht bij de uitvoering, wat niet hun rol is. Ook speelde de emotie hoog op. En dat is iets wat ik als bestuurder altijd wil voorkomen.”

“Emotie is een slechte raadgever. Die moet je geen ruimte geven. Dat is één van de lessen die ik heb geleerd in de voetballerij. Loop niet de polonaise bij succes, en organiseer geen crematie als het misgaat. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Want sport ís nou eenmaal emotie. En daar moet je als bestuurder in laveren. Je moet wegblijven van de uitersten. Zijn we daarin geslaagd in mijn eerste periode? Nee. En dus moesten we op de blaren zitten. Slikken wat de media schrijft.”

De vuile was
Het bestuur stond er slecht op in de media. Ongewoon slecht voor PSV-begrippen. Voor Marcel betekende dit managen op twee niveaus: de buitenwereld en de bestuurstafel. “Het enige dat je kunt doen, is eerlijk zijn. De waarheid verdraaien, is het laatste dat ik zal doen. Maar in de media kun je niet altijd alles zeggen. Intern is dat anders natuurlijk.Als je nauw samenwerkt binnen de top, moet je alles op tafel gooien. Op de man af durven spelen. Kritiek durven geven als iemand niet functioneert. Eerlijk zijn, maar niet de vuile was buitenhangen. Dat is het enige wat werkt om de rust te herstellen. Dat geldt voor elke organisatie. Want als het boven regent, druppelt het vroeg of laat door naar de mensen beneden. In ons geval: op het veld.”

‘Keepers en spitsen zijn vaak individualisten in een team. Daar moet je echt stevig rekening mee houden als je die aanneemt als trainer.’

De strateeg en de prater
De tijd dat Marcel zelf op het veld stond, dateert nog uit de tijd van de PTT-telecompetitie. Marcel maakte bij RKC, en later Feyenoord, naam als centrale middenvelder. Hij was de spelverdeler die de opbouw verzorgde voor het team. De strateeg en de prater. Ambitie om trainer te worden, had hij niet. Al leek hij daar wel het profiel voor te hebben.

Marcel: “De grootste trainers uit onze geschiedenis zijn voetballers uit de centrale as. Niet de meest technische. Laat staan de snelste. Dankzij die gebreken, moeten ze uit een ander vaatje tappen. Uit inzicht, vernuft en overzicht. Kijk naar de speler Van Gaal: traag, maar slim. Arne Slot ook. Hij was een wat luie speler, maar hij bleef staande, omdat hij zijn koppie gebruikte als centrale middenvelder. Zij hebben het in zich om toptrainer te worden. Keepers en spitsen zijn vaak individualisten in een team. Daar moet je echt stevig rekening mee houden als je die aanneemt als trainer.”

“Dat heb ik ook tegen Ruud (van Nistelrooij, red) gezegd, toen hij in beeld was om hoofdtrainer te worden. Ondanks zijn verleden als topspits zag ik het in hem zitten. Toch prikkelde ik hem met de vraag of hij een spits kan opnoemen die de top als trainer heeft bereikt. Tja, dan moet je toch diep graven …”

“Waarom we het toch in Ruud zagen zitten? We zagen natuurlijk zijn ontwikkeling bij Jong PSV. Hoe hij stapsgewijs zijn trainerscarrière opbouwde. Dat bedachtzame is a-typisch voor een spits. Die is van nature impulsief. Explosief en onberekenbaar. Ruud ook, maar tegelijkertijd is hij óók een leider. Iemand die afstand neemt. Nadenkt. Boven een groep staat.”

Geboren leiders
“Weet je”, vervolgt Marcel, “echte leiders pik je er zo uit. Ik zie het zelfs aan de pupillen die met de spelers het veld komen. Na de line-up met de spelers willen de kinderen wel eens de verkeerde kant oplopen. Laatst zag ik zo’n ventje dat de anderen de juiste kant op wees. Dat kan wel eens een leider worden in de toekomst.”

“Ik zag de kwaliteiten ook bij Ruud, die na een gesprek met mij vol voor het hoofdtrainerschap wilde gaan. Hij was er voor 90% klaar voor, ik verzekerde hem dat hij die laatste 10% alleen in de praktijk op zou kunnen doen. En dus niet bij Jong PSV.Ruud ging er vol voor. Tijdens het seizoen had hij een paar momenten waarin hij aangaf dat hij wellicht niet de juiste man was voor het hoofdtrainerschap. Zijn laatste moment van twijfel, bij het seizoenslot, brak hem op. De media doken op issues in de spelersstaf en rakelden verhalen op van schijnbaar ontevreden spelers.

Het raakte Ruud diep. En plots kwam het impulsieve karakter van de spits in hem naar boven. Onnavolgbaar als hij kon zijn als speler verliet hij de club. Vooral zijn timing, daags voor de cruciale laatste speeldag, verraste vriend en vijand.

‘Ik zou het zo weer doen. We hadden een plan. Een traject om als team toe te groeien naar nieuwe kampioenschappen.’

Geen spijt
Het seizoen begon en eindigde met een knal. Marcel voelde verantwoordelijkheid voor het vertrek van Ruud. Zéker omdat Ruud persoonlijk had aangegeven dit traject met Marcel aan te gaan.  Spijt heeft hij niet. Marcel: “Ik zou het zo weer doen. We hadden een plan. Een traject om als team toe te groeien naar nieuwe kampioenschappen. Niet per se in Ruuds eerste jaar, maar wel in het tweede of derde. Ik geloof er heilig in dat succes tijd nodig heeft. En die tijd was Ruud gegund. Óndanks dat het seizoen sportief niet heeft gebracht wat we voor ogen hadden.”

“Eerlijk is eerlijk”, vervolgt Marcel, “het ontbrak ons dit jaar aan een echte speelstijl. Ruud was hierover open naar ons als directie, en wij naar hem. We hebben gepiekt en veel toppers gewonnen, maar de stabiliteit op het veld vonden we maar niet. Ruud kreeg de tijd om te bouwen, maar besloot die niet te nemen. Dat moet je aanvaarden. De rust bewaren en doorbouwen op wat er overblijft.”

Niet de parels, maar het team
Stabiliteit blijkt eens te meer een wankel begrip in de voetbalwereld. Je kunt nog zo sterk leiderschap tonen en beleid voeren, vroeg of laat fietst de hectiek van de voetbalwereld er dwars doorheen. Tijd en rust om te bouwen aan een team zijn uiterst schaars, vandaag de dag.

Marcel: “Laatst zag ik de documentaire over het gouden PSV van ‘88. Als RKC’er stond ik dat jaar ook tegenover hen in de halve finale van de beker. De beslissende goals werden dat jaar gemaakt door Koot, Linskens en Janssen. Dat waren niet bepaald de parels van die generatie. Het waren de wisselspelers die er stonden als het moest. Voor mij is dat de bevestiging van een stokoud voetbalcliché: je wint als team. Niet dankzij individuen.”

Met die wetenschap bouwt Marcel deze zomer aan nieuwe successen met zijn collega-directieleden. Als algemeen directeur. Maar vooral als mens. Iemand die op de club weinig ruimte laat voor emotie, maar meermaals werd geraakt dit jaar.

Meer dan voetbal
“Weet je”, zegt Marcel, “het vertrek van John en Ruud heeft er persoonlijk ingehakt. Maar lang niet zo hard als het overlijden van Thijs Slegers. En een maand eerder die dwaas die het veld oprende tijdens de wedstrijd tegen Sevilla. Dat waren de absolute dieptepunten van mijn eerste jaar PSV. Het laat diepe wonden achter bij de club. Bij de supporters. Die pijn gaat zoveel verder dan een mager seizoen.”

“Het mooie is”, besluit Marcel, “op die momenten zie je dat de club zoveel meer is dan alleen het voetbal. Dan voel je waar het bij PSV écht omdraait. Om mensen. Emoties. Om een thuis waar iedereen welkom is. Dan is de club écht geen bijzaak meer in het leven.”

Zoek
Druk op enter om te zoeken of ESC om te sluiten